zaterdag 23 augustus 2014

Trap

De witte kliffen op Møn, het kleine Deense eilandje in de Oostzee, zijn spectaculair en zijn te beklimmen met steile TRAPPEN. Dat deden wij zo'n 30 jaar geleden met onze toen nog kleine kinderen. En wat een indruk maakte dat. Onze zoon van 4 (of 5?) tekende in zijn vakantie-schetsboek de TRAP: bladzijde na bladzijde met af en toe een mensje erop, hijzelf voorop en vervolgens de rest van het gezin. Nu is hij vader en is met zijn gezin naar Møn geweest en natuurlijk hebben ze Møns Klint beklommen. "Helemaal alleen, ik ging niet op mijn papa's schouder" vertelt kleinzoon trots. Als ik 'm het schetsboek van vroeger laat zien, kijkt hij zijn ogen uit: al die treden en af en toe een mensje: zijn papa en tantes en opa en oma.
Als vakantie-uitje beklom ik deze week in Rotterdam de TRAP van de toren van de Laurenskerk. Niet in één keer, want op elke verdieping vertelde de gids een verhaaltje (over hèt bombardement) en liet de klokken en Carillon horen. Eindelijk na 306 treden waren we boven. Wat een uitzicht, wat een stad! Het zicht rekte tot aan de Maasvlakte, Delft, Den Haag.
Voor mijn werk beklom ik ook weleens de 318 treden van de Brielse Dom. Aan de ingang van de toren hangt een waarschuwingsbordje: Betreden op eigen risico.
Ja, TRAPPEN beklimmen is niet risicoloos. Van de TRAP vallen is geloof ik het meest voorkomende ongeluk in en om het huis.
Ons huis heeft 3 TRAPPEN, 2 naar boven en 1 naar beneden en die naar de kelder vindt onze kleinzoon zowat net zo spectaculair als Møns Klint sinds hij weet dat die naar onder de grond gaat (en achter een gewone deur verstopt zit!)
Onder de grond heeft maar 9 treden.
Hoeveel treden heeft de TRAP op Møn eigenlijk?


zaterdag 16 augustus 2014

Rommelmarkt

"Het is druk vandaag" hoor ik twee mannen van de organisatie  tegen elkaar zeggen. Dat vind ik ook, maar het is eeuwen geleden dat ik voor het laatst naar deze maandelijkse ROMMELMARKT van de kerk ging en toen was het bij mijn weten ook druk. Mijn doel is om een prentenboek over brandweermannen te kopen voor mijn kleinzoon. Nog voor ik naar binnen ga valt mijn blik op een klein houten kinderstoeltje. In gedachte zie ik er al mijn kleindochter op zitten. Ik weersta de verleiding en loop door. Binnen moet ik me een weg banen tussen kopjes, glazen, schaaltjes aan de ene kant en tafels, stoelen en kasten aan de andere. Zo te zien allemaal legaten uit het bejaardenhuis. Ik zie veel bekende gezichten en word blij verrast begroet. Ik voel me de verloren zoon (dochter) uit de bijbelse geschiedenis. Op mijn vraag waar de kinderboeken zijn word ik naar boven gewezen.
Aanvankelijk zie ik alleen grote-mensenboeken, waarvan er veel ongelezen uitzien. Goedbedoelde cadeautjes aan oma die òf niet van het genre hield (opvallend weinig Gerda van Wageningen)  òf bijna blind was.
Ook hier weersta ik de verleiding.
Het valt nog niks mee om een brandweerboek te vinden. Wel zie ik een Richard Scarry die in bepaalde kringen tegenwoordig 'hip' is, een Sinterklaasboek geschreven door Jan Terlouw  en een gloednieuw boek van Ted van Loon met tekeningen van de onlangs overleden Sieb Posthuma. Die kan ik natuurlijk niet laten liggen. Uiteindelijk kom ik ook nog een Stoere-voertuigen-boek tegen met.... een brandweerwagen die nog geluid maakt ook als je op het goeie knopje drukt. Ik loop langs de 'speelgoedafdeling' terug en kijk even tussen de autootjes...je weet maar nooit of er  misschien een brandweerwagen bijzit. Al snel zoeken een paar ROMMELMARKT-diehards mee en jawel......... en nog wel van verantwoord Playmobiel! Als ik weer naar beneden ga ben ik 4 boeken en een brandweerauto rijker en € 5 armer.
Buiten staat nog steeds het kleine houten kinderstoeltje. Likje verf en het is een mooi verjaardagscadeautje. In gedachte zie ik er mijn jarige kleindochter al op zitten. "Een euro" zegt de man van de organisatie.
Even later fiets ik naar huis. Het stoeltje past precies in mij fietstas!

woensdag 13 augustus 2014

Lucht

Voor de mooiste Hollandse LUCHTEN hoef ik eigenlijk het huis niet uit, die zie ik zelfs vanuit de huiskamer. Toch ga ik vandaag naar De Hallen in Haarlem, naar de Zomertentoonstelling LUCHT! in de Nederlandse kunst sinds 1850. Zou de molen bij Wijk bij Duurstede van Jacob van Ruisdael er ook hangen? Nog onlangs heb ik 'm in het Rijksmuseum in de Eregalerij gezien. Volgens weerman Erwin Krol klopt er geen hout van de WOLKENLUCHT boven de molen en die kan het weten.
Meer dan 40 jaar geleden kreeg ik van mijn toenmalige vriendje dit 'schilderij' . De verkering ging uit en het schilderij raakte kwijt. In de loop der jaren kwam op feestjes en partijen regelmatig 'mijn van Ruisdael' ter sprake, maar niemand wist waar hij gebleven was. Spoorloos verdwenen. Tot 2 weken geleden mijn broer belde met de mededeling dat hij bij hem op zolder hing! De sensatie was groot, en bijna had ik me aangemeld bij Tussen kunst en kitsch ware het niet dat het een reproductie betrof.
Vanuit de bus, metro en trein zie ik de snel bewegende en opbollende STAPELWOLKEN. Ik zie Groot Brittannië, een Dinosaurus, een reus en IJsland.
Kan de tentoonstelling nog mooier zijn?
Hij is mooi!
Er hangen Hollandse LUCHTEN van oude meesters en moderne felgekleurde LUCHTEN.
Ik denk aan het gedicht REGENWOLK van Jules Deelder:
Grauwe wolk
van vage vorm
zonder vaste
omtrek
die zich soms
verdeelt in
losse flarden
en dan
fracto-nimbus
heet

Die Jules... heeft net zoveel verstand van WOLKENLUCHTEN als ik!
Er is maar één minpuntje aan de tentoonstelling:
Dè molen, dè van Ruisdael hangt er niet. Daar moet ik toch voor naar het Rijksmuseum. Of ik kijk thuis gewoon naar de mijne!



zondag 10 augustus 2014

Zondag

En weer is het ZONDAG. Gingen we vorige week ZONDAG fietsen en picknicken en was het stralend weer, vandaag is de lucht dreigend en ben ik op de fiets op weg naar mijn werk.
Werken op ZONDAG.
Van huis uit ben ik niet anders gewend. We woonden in het katholieke zuiden en mijn vader had een busbedrijf. Onze bussen reden 7 dagen in de week. Op ZONDAG met de plaatselijke voetbalclub (RBC) en  regelmatig naar een bedevaartsoord. Dat je ook op ZONDAG naar de kerk moest was geen probleem, keuze genoeg: de vroegmis om 7 uur (of 8 uur?), de hoogmis om 10 uur en voor de langslapers was er de late mis om 12 uur. Had je echt op ZONDAG andere dingen te doen dan was er ook nog de mogelijkheid om naar de zaterdagavond-mis te gaan. Deze sloot naadloos aan op het wekelijkse stappen. Gemak dient de mens. Onbegrijpelijk dat des-al-niettemin de katholieke kerk compleet leeggelopen is.
Mijn man daarentegen is van gereformeerde huize. Bij hem thuis was de ZONDAG heilig en stond in het teken van de ZONDAGSRUST èn de kerkdienst die veel langer duurde dan de 'Roomse' mis, wat onder andere kwam door de ellenlange preek. Het enige lichtpuntje was het pepermuntje (King) tijdens de collecte.
Als ik op mijn werk aan kom, staan er al klanten voor de deur die ideeën willen opdoen om de ZONDAG door te brengen nu het geen strandweer is. Gewoon thuis blijven is geen optie en naar de kerk gaan al helemaal niet.
En zo heb ik mijn handen vol aan al die rusteloze ZONDAG-toeristen.
Als ik uren later weer naar huis fiets komt de regen met bakken uit de lucht en lijkt het of er een nieuwe zondvloed op handen is. Dat komt er van als je op ZONDAG werkt!

vrijdag 8 augustus 2014

Zomaar een Zomer-Zondag

Met dank aan wegwerkzaamheden - het is notabene bouwvak èn zondag -  zijn we een uur later dan afgesproken bij de (klein)kinderen. We gaan met zijn allen fietsen en picknicken, maar eerst koffie.  Kleindochter van bijna 11 maanden verkent op haar buik de tuin. En bij verkennen hoort kijken, pakken, voelen en proeven: modder, gras, blaadjes, bloempjes. Ook kleinzoon van 3 kijkt, pakt, voelt en proeft ……of er al rijpe bramen zijn en gul deelt hij uit. Ook aan zijn babyzusje, die ze met haar kleine garnaalvingertjes aanpakt, even bekijkt en dan in haar mond stopt. Haar snoet en roze meisjestruitje zitten al snel onder de zwarte en rode vlekken.
Kleinzoon heeft een nieuwe fiets met ‘trapondersteuning’ (van zijn mama’s fiets). “Kijk, de ketting zit hier in “ en hij laat me trots de kettingkast zien.
Opa en zoon (en kleindochter in het fietsstoeltje) fietsen voor, wij achter. Zij fietsen bij het stoplicht door groen en wij…..door rood! Kleinzoon die alles ziet, wijst ons hierop.
Tja!
Tijdens de fietstocht wordt er over van alles gesproken: de (peuter)dansles die niet doorging “te weinig kinderen, alleen Quin en ik “ en “Quin komt niet meer op de Bever (de opvang) ”. Op mijn vraag of Quin al 4 geworden is moet kleinzoon lang nadenken. Zijn moeder geeft het verlossende antwoord: Nee, Quin is nog geen 4, maar ‘haar’ moeder heeft geen werk meer, dus blijft ze voortaan thuis.
Kleinzoon heeft het vaak over Quin en laat ik nou altijd gedacht hebben dat Quin een jongen was.
Tja!
Na een poos komen we bij een kasteel. Een mooi plekje om te picknicken.
Alles wordt uitgestald op het speelkleed van kleindochter: brood, pindakaas, pasta, kaas, thee, koffie, sinaasappels.
Maar waar is het broodmes? Vergeten. Er zit niks anders op dan het brood te besmeren met een lepeltje! Alleen met de kaas lukt dat niet. “Zullen we bij het kasteel een mes gaan vragen?” stel ik voor. Daar heeft kleinzoon wel oren naar en hij is teleurgesteld als het een grapje blijkt te zijn. Onze schoondochter herinnert zich dat ze in haar jeugd als ze op kamp gingen weleens een bankpasje als mes gebruikten, waarop kleinzoon prompt een stukje kaas wil.
Terwijl de ‘grote’ mensen praten over belangrijke toekomstplannen lopen kleinzoon en ik naar de gracht die om het kasteel ligt en we fantaseren over ridders en zwaarden. Het pad is smal en er zitten diepe moddersporen in van  grote auto’s die natuurlijk van de ridders zijn. Ja, we leven wel anno 2014!
Op de terugweg gaat kleindochter in de fietskar en valt in slaap. Tenminste….dat denken we. Want als we een stop maken bij een ijskraam blijkt ze te hebben overgegeven en na een verschoning moet ze weer spugen, dit keer ‘gelukkig’ op opa’s broek.
Dat lucht wel op, want even later wil ze best een hapje ijs proeven.
In de bakjes ijs zitten ook kersen met pitten die we uitspugen in het gras. “Dan groeit er een nieuwe kersenboom en als je de pit inslikt groeit er één in je buik!” Voor alle zekerheid eet kleinzoon de kersen maar niet op, want stel je voor…..
Als we weer thuis zijn gaat hij ijskraampje spelen met zijn (AH)mini’s  en natuurlijk is hij de ijsboer!

 

zaterdag 2 augustus 2014

Fietsen (dag 2)

Al meer dan 40 jaar woon ik 'boven de sloot' zoals mijn Brabantse familie placht te zeggen. En al 40 jaar rijden we als we op familiebezoek gaan over Hellegatsplein, een (volgens Wikipedia) knooppunt dat zijn naam te danken heeft aan het Hellegat, waar de Haringvliet, Hollands Diep en Volkerak samenkomen. Het ligt tussen Goeree-Overflakkee, de Hoekse Waard en Brabant.
Vandaag doen we het Hellegatsplein op de FIETS.
Dat is een heel andere beleving dan met de auto. We hebben geluk, want de brug is open. Vanuit de auto zien je in zo'n geval alleen een paar masten of een vlag, maar met de FIETS sta je op de eerste rang om bootjes te kijken, nou, ja zeg maar liever boten!
Daarna moeten we kiezen; of over Goeree Overflakkee of door de Hoeksche Waard. Het wordt het laatste en nog voor we het Hellegatsplein verlaten zien we het markante beeld (van basaltblokken) van 2 mannenfiguren die de arbeid en het intellect verbeelden, symbool van de overbrugging van twee eilanden.
Nog steeds hebben we de wind gunstig en dat is maar goed ook, want de Hoeksche Waard heeft dan wel de status van Nationaal Landschap, geef ons maar het Zeeuwse en Brabantse landschap.
Het laatste stuk vanaf de veerpont naar Voorne Putten hebben we de wind tegen. En dan is FIETSEN opeens minder leuk, zeker als het ook nog bloedheet is.
Moe en bezweet FIETSEN we na 94 kilometer onze oprit op waar poes Lotje ons op staat te wachten.

Fietsen

Het FIETSPAD volgt de contour van het eiland. Vorig jaar liepen we hier in het holst van de nacht. Het was pikdonker en we hoorden alleen het zacht klotsen van de Grevelingen. Toen liepen we verder langs de rand van het eiland. Vandaag verlaten we het eiland en FIETSEN over de Philipsdam naar Zeeland. Wat een machtig gevoel, overal waar we kijken is water en dat geeft een ' Jesus-gevoel' die over het water liep.
We volgen de knooppunten en gaan over smalle, kronkelige dijkjes, langs korenvelden, akkers met aardappelen en bieten en een veld met Meekrap. In de verte zien we molens en kerktorens en proberen elke keer te raden welk dorp erbij hoort. We FIETSEN met de wind mee door Oud- Vossemeer (is er ook een Nieuw-Vossemeer?) en Tholen en het leven is goed…..maar nog steeds zijn we in Zeeland. Pas na 60 kilometer FIETSEN we Brabant in, het land waar mijn wieg heeft gestaan. Het laatste stuk van onze reis gaat langs de fysisch geografisch en ook voor leken aantrekkelijke Brabantse Wal met duinen die aan 'onze' duinen doen denken .
Onze eindbestemming is een exclusief Vrienden-op-de-FIETS-adres, oftewel Familie-op-de-FIETS.
Morgen weer terug. Wie weet is de wind dan wel gedraaid!