zondag 26 januari 2014

Nescio

Vanuit mijn tijdelijke werkplek heb ik zicht op het haventje en de historische panden aan de overkant. In de tijd dat dit een bloeiende visserijplaats was, woonden hier welgestelde koopmannen, nu zijn er een restaurant, een makelaar en een paar winkels gevestigd. Nee, geen pettenwinkel - wat je in dit zwarte-kousendorp wel zou kunnen verwachten - zoals in 1943 toen NESCIO op 12 maart de nacht doorbracht hier in 'Menheerse'. In een brief aan het thuisfront schrijft hij:
'En de gelagkamer was zoo hoog als een kerk, maar je kon er nix te eten krijgen en ook niet overnachten, al heette 't: "Hôtel de Gouden Leeuw", maar hij heeft voor ons getelefoneerd naar Meier in Middelharnis en daar hebben we geslapen en er was geen handdoek en er waren maar twee klontjes bij een groote pot thee voor twee personen (je bent dan een persoon) en nou hebben we nog vergeten Meier om z'n portret te vragen.'
Vermeldend dat men in Middelharnis een waaggebouwtje met een luifel heeft afgebroken, om op die plaats een lelijke pettenwinkel te bouwen, merkt hij op: 'God ziet toch blijkbaar niet alles.'
 
Elke keer als ik op mijn tijdelijke werkplek zit, denk ik aan NESCIO en aan zijn Titaantjes.
Toen we gister naar het Stedelijk Museum in Amsterdam gingen, tramden we ter afwisseling van al die overweldigende kunst naar het Oosterpark waar een beeld van de Titaantjes staat. Aan de tramconducteur vroeg ik of hij me wilde waarschuwen waar we uit moesten stappen. “Moet u naar het OLVG?“ vroeg hij. Niet-begrijpend keek ik ‘m aan en wilde eerst antwoorden “Nee, de Titaantjes“, maar zag daar van af, want dan zou hij waarschijnlijk op zijn beurt niet-begrijpend gekeken hebben.
Alhoewel… ze zijn in Amsterdam wel wat gewend.
In het park zagen we een beeld ter nagedachtenis aan de slavernij en een metershoog beeld (de Schreeuw) als herinnering aan Theo van Gogh.
En natuurlijk de Titaantjes: Jongens waren we, maar aardige jongens.
Toen we later weer op de tram wilden stappen, bleek ons OV kaartje verlopen te zijn. Ik wilde eerst nog onschuldig tegen de tramconducteur ‘NESCIO’ zeggen wat letterlijk ‘ik weet niet’ betekent, maar zag daar toch maar van af, want ze zijn wel wat gewend in Amsterdam, maar er zijn grenzen.





 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten