Het is haar eerste PASEN, nou ja eigenlijk haar tweede, maar vorig jaar was ze nog een baby en had geen weet van de PAASHAAS, KIPPEN en EIEREN.
Voor haar broer van 4 is PASEN gesneden koek, hij herinnert zich de verstopte EIEREN van vorig jaar nog.
De link tussen het opstaan van JEZUS uit het graf en de PAASHAAS, of beter gezegd het ontbreken van de link interesseert hem niet, hij schakelt moeiteloos over van het lijdensverhaal naar het EIEREN zoeken.
De PAASHAAS heeft speciaal voor het kleine meisje EIEREN op haar ooghoogte verstopt en ondanks dat ze pas anderhalf is snapt ze dat het mandje dat ze van opa en oma krijgt gevuld moet worden. Waarmee? Och, dat maakt haar niet uit. Nieuwsgierig als ze is vindt ze op de stoep en in de bosjes niet alleen PAASEIEREN, maar ook een mooi takje, een afgevallen blad en een rood sierappeltje dat ze moeiteloos herkent. "Appel" zegt ze.
Het mandje van haar grote broer blijft ondertussen akelig leeg. De PAASHAAS heeft het hem dit jaar niet gemakkelijk gemaakt en moet af en toe aanwijzingen geven als "koud... warm... warmer....gloeiend heet".
Uiteindelijk zijn alle EIEREN gevonden, de PAASMANDJES gevuld en zijn broer en zus tevreden.
Nu het officiƫle gedeelte van deze PAASDAG voorbij is gaan ze over op de orde van de dag: hij gaat tekenen en een PAASKUIKEN knutselen en zij gaat op onderzoekingstocht, want er valt veel te ontdekken in het huis en tuin van haar opa en oma.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten